Tour d’Eau

Het recept is eenvoudig. Zeven productielocaties voor drinkwater van Oasen. En stiekum nog een of twee van aanpalende drinkwaterbedrijven. Een stuk of 20 collega’s die net als ik van fietsen houden. Oud-collega’s in mijn geval. Mooi weer, bij voorkeur. Een route van 150 kilometer met de Brienenoord en de Lekbrug bij Vianen als scherprechters. Of, voor wie dat te ver vindt, een korter rondje, met pontjes in plaats van scherprechters. Onderweg lunchen op ZS De Steeg. 
Hardrijder Harm en alleskunner Richard zijn vaste deelnemers. De tandem Harrie en Jeroen vormt traditioneel de harde kern van het 80 kilometer groepje. Daar hoorde deze keer ook typisch harde-kern gedrag bij zoals het slopen van een trapper. 

Ook een aantal nieuwe gezichten. Aleida en Hans lieten zich niet afschrikken door de afstand en de sterke verhalen over het gruwelijke tempo dat Harm kan ontwikkelen: respect! Hetzelfde respect trouwens voor Andreas en Stanley die zonder voorbereiding en met zadelpijn 80 kilometer reden. Pain is temporary, zei Armstrong al. En natuurlijk evenveel respect voor alle anderen.

Na afloop gezamenlijk een biertje op de Markt in Gouda. Richard, nogmaals bedankt voor de organisatie, en alle oud-collega’s voor het gezelschap. Een perfecte dag, wat mij betreft.

Advertenties

Haastrechtloop

Ik had een beetje weinig getraind. Maar 140 km sinds begin van dit jaar. Tenminste, op hardloopschoenen. Op de racefiets heb ik de afgelopen maanden meer gereden dan ooit. Maar helpt dat met lopen? Een paar weken geleden verraste zoon Jesper met de mededeling dat hij wilde gaan hardlopen. Dus schoenen en een outfit gekocht. Een paar keer met hem mee gelopen. Een kilometer of 5 was voor hem lang genoeg. En samen ingeschreven voor de Haastrechtloop in onze woonplaats Haastrecht. En die was dus vandaag.

 Het parcours ken ik uit mijn hoofd. Een prachtig stuk door de Krimpenerwaard. Eerst vanuit Haastrecht naar het klooster bij Hekendorp. Dan een stuk Hoenkoopse Buurtweg. Over het fietspad door de polder naar de polsstokbaan. Fierljeppen doen ze niet alleen in Friesland, ook in mijn dorp. Dan langs de Vlist, de molen en het zwembad terug naar Haastrecht.

  Maar wat kon ik? Normaal gesproken weet ik dat. Train ik ruim van tevoren zodat ik de afstand goed in de benen heb. Ken ik mijn kilometertijden en de bijbehorende hartslag. Maar nu dus allemaal niet. Ik besloot om rustig te beginnen. Proberen de eerste kilometer rond de 4.30 te lopen. Maar hoe doe je dat, rustig lopen met andere lopers om je heen? In mijn hoofd heeft iemand die voor je loopt maar 1 functie: er voorbij! Maar in zo’n evenement loopt er steeds weer een nieuwe. En inhalen smaakt naar meer. Rustig starten is dus lastig. Direct na de start ging het meteen lekker. De kilometer in 4.15, de tweede zelfs in 4.00, was dat niet te snel? Maar ja, er liepen nog steeds mensen voor me. Inmiddels was de aangename motregen overgegaan in een korte maar hevige hagelbui. De volgende twee kilometers gingen in 4.07 en 4.09. Inmiddels liep ik alleen, met 20-30 meter voor me een andere loper, achter me een flink gat. Ik begon me te realiseren dat terug naar Haastrecht wind tegen zou zijn, op een open stuk van het parcours. Dus als ik slim was liep ik nu het gaatje dicht naar de loper voor me, dan konden we zometeen samen tegen de wind. Zo gedacht zo gedaan. Het eerste stuk tegen de wind liet ik hem op kop. Het tempo zakte wat in naar 4.17. Dat moest harder kunnen, dus ik nam kop over. Maar dat viel vies tegen. Na 100 meter nam de andere loper weer over. Nu kostte het ineens moeite om te volgen. Maar alleen zou het nog zwaarder zijn, dus ik beet me er in vast. Volhouden tot we weer in Haastrecht zijn. De kilometertijden liepen omhoog tot net boven de 4.20. Uiteindelijk finishte ik in 42.30. Zoals gewoonlijk een oplopend schema, maar nergens echt stuk gegaan. Tevreden, want niet veel langzamer dan mijn vorige 10 km tijd (Goudse Singelloop 2014, 42.20) en mijn doorkomst na 10 km tijdens de Bruggenloop Rotterdam in december 2015 (42.08). Beide keren had ik veel meer gelopen in de voorbereiding. Veel fietsen is dus als voorbereiding zo slecht nog niet.

En Jesper? Die was al lang binnen. Had de 5 kilometer in 26.30 gelopen. Tijdens zijn trainingsrondjes was hij nooit onder de 30 minuten gebleven. Apetrots dus. 

Kortom: voor herhaling vatbaar. De Haastrechtloop is een aanrader voor iedereen die een kleinschalig evenement zoekt over een mooi parcours. Maar kom volgend jaar niet allemaal, want dan is het niet kleinschalig meer šŸ˜ƒ. Rest mij nog de complimenten voor de organisatie. Die liep op rolletjes. Ik heb een leuke ochtend gehad, bedankt!

NS het spoor bijster

De communicatie afdeling van de NS heeft een nieuwe slogan bedacht:”fluiten = niet meer instappen”. Geen briljante slogan, maar hij dekt de lading. De slogan en de gegeven toelichting benadrukken ook een vaak gehoord verwijt: NS is vooral bezig met treinen laten rijden, en niet met reizigers vervoeren. Laten we het bericht op nu.nl eens analyseren.

 

In de eerste zin gaat het vooral over conducteurs die een gevaarlijke situatie meemaken. Dat is heel vervelend voor de conducteur in kwestie. Bijna de helft van de conducteurs maakt het dagelijks mee. Dat het gaat om reizigers die risico lopen lijkt minder belangrijk.

Na de eerste zin gaat het helemaal mis. Het grootste probleem lijkt dat de trein niet stipt op tijd kan vertrekken. In discussies op social media blijkt het om seconden te gaan: de conducteur fluit maximaal 30 seconden voor de officiĆ«le vertrektijd. Dat de reizigers die daardoor niet meer kunnen instappen, 15 tot 30 minuten later op hun bestemming zijn, wordt nergens genoemd. Het lijkt de NS niet zo te interesseren. Natuurlijk mag je van reizigers verwachten dat ze op tijd komen. Maar mijn ervaring van de afgelopen maanden is nu juist dat het vooral misgaat bij een overstap. Als de NS mij zelf te laat aflevert op Rotterdam CS. Dat NS in het artikel te laat instappende reizigers de schuld geeft van vertragingen klopt dus vaak niet. Opvallend ook dat het in het artikel steeds gaat over “reizigers” en “mensen”, maar nergens over “klanten”.

Het artikel benadrukt (onbedoeld?) dat de NS als hoogste doel ziet om treinen volgens de dienstregeling te laten rijden. Reizigers zijn vooral lastposten, een risico op vertraging. Van klanten lijkt men nog nooit gehoord te hebben. Mijn ervaring is overigens dat er wel degelijk klantgericht NS-personeel bestaat. Soms wacht een conducteur wel netjes met fluiten tot iedereen is ingestapt. Met deze campagne doet NS niet alleen haar klanten, maar ook deze groep medewerkers tekort.

De fietssnelweg

In Mijn Low Train Diet schreef ik het al. Er zouden in Nederland fietssnelwegen moeten komen. En wat blijkt: ze bestaan al. Ze heten snelfietsroutes. Er zijn er al meer dan 20 in Nederland. Helaas nog niet op mijn traject van Gouda of Schoonhoven naar Rotterdam. Maar wel van Gouda via Zoetermeer naar Den Haag. Tijd om die eens uit te proberen.   
Een prachtige zondagochtend begin juni. Vol goede moed vanuit Haastrecht op weg naar Gouda. Het kost even wat moeite om de start te vinden. Die ligt niet in Gouda, maar in Waddinxveen. En is niet echt duidelijk aangegeven. Gelukkig weet ik de weg. 

  De route zelf is bijna perfect. Eenvoudig te volgen, autovrij, weinig plekken waar afgestapt of voorrang verleend moet worden. Minpuntje is de continue nabijheid van snelweg A12, maar we komen niet voor het uitzicht. Snelheid, daar gaat het om. En die is er, dankzij de wind in de rug ruim 35 km/h. Een snelheid die je hier kunt rijden zonder gevaarlijke verkeerssituaties te veroorzaken. 

 Helaas aan het eind weer hetzelfde probleem als aan het begin. De route stopt zodra we Voorburg in rijden, dus niet in Den Haag. Het stuk door de bebouwde kom van Voorburg is slecht bewegwijzerd. Kent tal van stoplichten. Te smalle fietspaden. Drukke kruisingen. Tramrails waar mijn dunne bandjes niet van houden. Dat schiet dus niet echt op.

  

Het lijkt erop dat de bedenkers van de snelfietsroute dezelfde logica hebben gebruikt als de ontwerpers van het snelwegennet. Een snelle route van de rand van de ene stad naar de rand van de andere stad. En van daaruit zie je maar hoe je op de plaats van bestemming komt. Daar zijn wij snelwegbouwers niet van.

 Maar het gaat er om de fiets voor het woon-werkverkeer concurrerend te maken t.o.v. de auto. Dat doe je niet door het concept voor autosnelwegen klakkeloos te kopieren. Op de stukken tussen de steden pak je de tijdwinst niet. Hooguit beperk je het verlies. Belangrijk, maar niet genoeg. De winst pak je op het stuk van de stadsrand tot aan de bestemming. Daar waar de auto’s om de paar honderd meter wachten voor een verkeerslicht. Daar kun je het verschil maken door te zorgen voor een fietsroute waarop je door kunt rijden. Naar mijn vorige werkgever deed ik met de auto vaak een half uur over een ritje van 8 km door de stad. Op de racefiets doe je dat In een kwartier, als je door kunt rijden. Een succesvolle snelfietsroute brengt je goed bewegwijzerd, veilig en zonder onderbreking in het stadscentrum of op andere lokaties waar veel bedrijven geconcentreerd zijn.
De gemeenten Gouda en Waddinxveen en de gemeenten Voorburg en Den Haag hebben dus nog huiswerk te doen.

De foto’s zijn afkomstig van Google Streetview