Mijn Low Train Diet

  Het was iets met duurzaamheid. Niet direct mijn ding dus. En het had iets met een dieet te maken. Helemaal niets voor mij. En het was een wedstrijd, met ranglijsten en zo – dus was ik verkocht. Ik deed mee.

In werkte net een paar weken bij Stedin. De vraag kwam wie mee wou doen aan het “Low Car Diet”. Ik gaf me dus op. Daarna kwamen de spelregels. Het ging erom in de maand april het aantal zakelijke autokilometers zoveel mogelijk te verminderen. Uitgedrukt in CO2 uitstoot. Probleempje: ik kwam al met de trein. Veel minder kon dus niet. En wedstrijden die niet te winnen zijn, daar ben ik dan weer minder van. Het doel van een ranglijst is immers om bovenaan te staan. In mijn wereldbeeld. 

Van de werkgever kon ik allerlei hippe vervoermiddelen lenen zoals elektrische en waterstofauto’s, of een high speed e-bike. Maar van de auto’s ging mijn CO2-gebruik omhoog. De e-bike moest je dagen van tevoren reserveren, en het risico een regenachtige dag te treffen trok me niet zo. Probleem dus, want wekenlang onderaan de ranglijst bungelen is HELEMAAL niet mijn ding. 

Er was maar 1 oplossing: op de fiets naar het werk. De racefiets in mijn geval. Niet iedere dag, maar op die dagen dat het weer en mijn agenda het toeliet. Een klein vooronderzoek leerde dat in ons kantoor een prima omkleed- en douchegelegenheid aanwezig is. En dat de route van huis naar kantoor zo’n 30 km door de Krimpenerwaard en langs de Nieuwe Maas loopt. Een klein uurtje fietsen dus door een mooie omgeving. Nauwelijks extra reistijd t.o.v. OV (52 minuten) of auto (ca. 45 minuten). En nooit vertragingen of files. Zo werd mijn Low Car Diet een Low Train Diet. Of misschien een High Train Diet, want eind april ben ik beter getraind dan ooit. In ieder geval smaakt het naar meer, want zeg nou zelf: fietsen door het Groene Hart is vele malen leuker dan in overvolle bussen en treinen zitten of staan. 

 Wat ik er verder van heb geleerd, is misschien waardevol om te delen. De fiets (elektrisch aangedreven of met pure spierkracht) is een onderschat vervoermiddel voor woon-werk verkeer. Iedereen die tot een afstand van zo’n 40 kilometer van zijn werkplek woont hoort tot de doelgroep – ik schat in dat zo’n 75% van de werknemers. Werkgevers en beleidsmakers zouden daar veel meer mee kunnen doen. 

Voor werkgevers past het prima in de duurzaamheids- en vitaliteitsplannen die er vaak al zijn. Essentieel zijn een goede douchegelegenheid en een goede, afsluitbare fietsenstalling. Bij Stedin is dat goed geregeld. Zonder zou ik er niet aan beginnen. Zijn die er nog niet, dan kost het de werkgever geld. Aan de andere kant scheelt het reiskosten en krijg je er gezondere werknemers voor terug, dus minder verzuimkosten. Veel organisaties kennen een vitaliteitspotje – een budget dat besteed wordt om medewerkers vitaal te houden. Daar kun je het ook uit financieren. En misschien kun je tegen betaling gebruik maken van voorzieningen die er in de omgeving van de werkplek al zijn.  

Beleidsmakers van overheden zouden fietsers die langere afstanden afleggen dan een stadsritje serieuzer kunnen nemen. Door net als de snelwegen voor auto’s, de intercitytreinen en de aparte busbanen, fietsroutes aan te leggen waarop je door kunt rijden. De kortste route van A naar B, met voorrang op het overige verkeer. Fietsroutes zijn nu vaak gericht op de recreant: een paar km extra maakt voor hem niet zoveel uit, even wachten op ander verkeer ook niet. Voor de fietsforens wel. Niet primair vanwege de reistijd, maar lekker door kunnen rijden is gewoon prettiger dan om de 500 meter wachten voor een verkeerslicht of rotonde. Het gaat ook om de mindset: serieus genomen worden. Als je uitgaat van de gedachte dat fietsgebruik voor dit type ritten voordelen heeft boven auto of OV, dan is het raar dat ik op bijna elke kruising moet wachten op mijn buurman die de auto pakt. Dan zou dat andersom moeten, in ieder geval op de doorgaande fietsroutes. Ook dat kost geld. Maar ook daar krijg je veel voor terug: minder files, minder volle treinen en bussen, lagere zorgkosten, minder CO2 uitstoot. Ik zou de (maatschappelijke) business case wel eens willen maken.

 En de wedstrijd? Die heb ik niet gewonnen. Not even close. Toch was het leuk. Ja, dat is een beetje tegen mijn principes, ik weet het. Maar principes zijn er om af en toe van af te wijken, toch? Voorlopig blijf ik regelmatig fietsen naar Rotterdam. Wedstrijd of geen wedstrijd. 

6 gedachten over “Mijn Low Train Diet

  1. Ik heb 28 jaar lang vijf dagen per week (slechts) 10 km. heen en 10 km. terug gefietst naar mijn werk. Op een degelijke fiets met drie versnellingen. Maar het was wel een pittige route in de Kop van Noord-Holland, vlak aan zee. Soms deed ik er vanwege een storm tegen een uur over, op andere dagen met wind mee kon het in 18 minuten. Alleen in de barre winter van 1979 moest ik een paar dagen verstek laten gaan: de weg was echt onbegaanbaar geworden, zelfs lopend lukte het bijna niet (en het OV reed niet).
    Daarna werd het 12 jaar lang bij verschillende werkgevers trein + fiets. Op verschillende plaatsen had ik een fiets staan. Nu de OV-fiets steeds meer gemeengoed wordt is dat minder noodzakelijk.
    Inmiddels heb ik als ZZP’er helemaal een zwervend bestaan. Het is nu zoeken naar mogelijkheden als alsnog een deel van de afstand per fiets af te kunnen leggen.
    Je hebt gelijk: een ideale manier om fris & fruitig naar en van het werk te kunnen gaan.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s