Elke dag fietsnaarjewerkdag?

Vandaag is een bijzondere dag. Zo bleek. De 10e landelijke Fiets naar je werk dag. Ik werd er op gewezen door een tweet waarin verwezen werd naar mijn Low Train Diet. Bijna 14.000 geregistreerde deelnemers fietsen vandaag naar hun werk.  

Ik heb het vermoeden dat een veelvoud van dit aantal vandaag ook naar het werk fietsen, maar ongeregistreerd. Gewoon, omdat ze dat iedere dag doen. Of in ieder geval meerdere malen per week. En niet alleen vandaag, omdat iemand bedacht heeft dat het vandaag Fiets-naar-je-werkdag is. Maar omdat fietsen leuk is. En duurzaam. En gezond. En goedkoop. Omdat het sneller gaat. Om files en vertragingen te vermijden. Of om welke reden dan ook.

Voor die mensen zou ik een lans willen breken. De keuze voor de fiets als vervoermiddel zou normaal moeten zijn. Misschien wel de voorkeursvariant van wegbeheerders en werkgevers. Natuurlijk is Nederland een echt fietsland. Maar desondanks geven overheden een veelvoud uit aan autoverkeer ten opzichte van fietsverkeer. Geven werkgevers een veelvoud uit aan parkeerplekken t.o.v.fietsenstallingen en douches. Hebben auto’s in veel situaties voorrang. Is de reiskostenvergoeding per auto rianter als per fiets. Wordt mijn weg vaak belemmerd of minder veilig gemaakt door paaltjes of andere obstakels die bedoeld zijn om het gedrag van automobilisten te reguleren. Enzovoort.

Structureel meer mensen op de fiets naar het werk heeft legio voordelen. Voor medewerker, werkgever en maatschappij. Gezonder, goedkoper, sneller, leuker, duurzamer. Geen win-win maar win-win-win-win-win. Nu steeds meer mensen over een e-bike beschikken wordt de doelgroep waarvoor de fiets interessant kan zijn aanzienlijk groter. De betrokken partijen (overheden en werkgevers) kunnen daarop inspelen door fietsers letterlijk en figuurlijk voorrang te geven. Dan kunnen we veel meer mensen over de streep trekken om van elke dag fiets-naar-je-werk-dag te maken.

Advertenties

MANMILF

Ik had er vaag al eens van gehoord. Iets met MANMILF of zo. Het scheen een scheldwoord voor racefietsers te zijn. Ik vond het wel ok klinken – een mannelijke milf – niet iets om je voor te schamen. Zeker niet op mijn leeftijd.

   
En toen stonden ze onder elkaar. Mijn blog en die van ene Henk50. Henk heeft een hekel heeft aan MAMILs – Middle Aged Men In Lycra. Aan mij dus. Middelbare leeftijd – check. Man – check. Lycra – check, als ik op mijn racefiets rijd tenminste. Overigens houdt hier de herkenning wel op, want in de beschrijving die daarna volgt herken ik eigenlijk niets. Het gaat me dan ook niet om Henk persoonlijk – hij lijkt me best ok. Hij fietst ook veel, denkt over dingen na en schrijft er over. Er zijn veel mensen zoals Henk. Ze zijn zelf vaak ook man, fiets- of wandelliefhebber en vaak minimaal middelbare leeftijd. En ze delen de hekel aan MAMILs. Het verschil tussen hen en mij, tussen de good guys en de bad guys in hun wereld, zijn dus slechts 2 stukjes lycra en een zeem. Opmerkelijk. 

Henk’s grootste ergernis is als ik het goed begrepen heb het schreeuwen. MAMILs schreeuwen en schelden volgens Henk naar andere weggebruikers dat ze aan de kant moeten. Een vaak voorkomend misverstand. Als ik met mijn fietsmaten een tocht maak, schreeuwen we naar elkaar om te waarschuwen dat er andere weggebruikers aankomen. Zodat iedereen even oplet, en waar nodig remt of ruimte maakt. De meeste groepjes racefietsers die ik ken doen dat zo.  

 Ook denkt Henk dat ik geen bel kan betalen. Nog zo’n misverstand. Onder racefietsers is een bel inderdaad niet cool. Maar stiekum heb ik er wel een, goed verstopt. Ik gebruik hem alleen in echte noodsituaties. Niet bij iedere inhaalactie. Mensen die ik achterop rijd, willen als ik bel nog wel eens omkijken wat er aan komt. En door het omkijken een gevaarlijke slingerbeweging maken. Als er ruimte genoeg is, passeer ik daarom liever gewoon zonder te bellen. 

Een tip voor iedereen die zich, net als Henk, ergert aan racefietsende groepjes. Je ergeren doe je zelf. Tussen de prikkel (de racefietsers) en jouw reactie (de ergernis) zit een keuze: de vrije wil. Lees de Seven Habits van Stephen Covey er nog maar eens op na. Je besluit zelf om de ergernis toe te laten. Je kunt ook besluiten je er niets van aan te trekken. Volgens dezelfde Covey, kun je je energie het beste richten op zaken waar je invloed op hebt. In dit geval heb je geen invloed op mijn gedrag, maar wel op je eigen reactie daarop. De beste oplossing is dus je gewoon niet meer te ergeren. Dat doe ik ook niet aan langzame fietsers of wandelaars. Echt niet. Echt, echt, echt niet. Het maakt het leven een stuk leuker. 

Veel fietsplezier!

Mijn Low Train Diet

  Het was iets met duurzaamheid. Niet direct mijn ding dus. En het had iets met een dieet te maken. Helemaal niets voor mij. En het was een wedstrijd, met ranglijsten en zo – dus was ik verkocht. Ik deed mee.

In werkte net een paar weken bij Stedin. De vraag kwam wie mee wou doen aan het “Low Car Diet”. Ik gaf me dus op. Daarna kwamen de spelregels. Het ging erom in de maand april het aantal zakelijke autokilometers zoveel mogelijk te verminderen. Uitgedrukt in CO2 uitstoot. Probleempje: ik kwam al met de trein. Veel minder kon dus niet. En wedstrijden die niet te winnen zijn, daar ben ik dan weer minder van. Het doel van een ranglijst is immers om bovenaan te staan. In mijn wereldbeeld. 

Van de werkgever kon ik allerlei hippe vervoermiddelen lenen zoals elektrische en waterstofauto’s, of een high speed e-bike. Maar van de auto’s ging mijn CO2-gebruik omhoog. De e-bike moest je dagen van tevoren reserveren, en het risico een regenachtige dag te treffen trok me niet zo. Probleem dus, want wekenlang onderaan de ranglijst bungelen is HELEMAAL niet mijn ding. 

Er was maar 1 oplossing: op de fiets naar het werk. De racefiets in mijn geval. Niet iedere dag, maar op die dagen dat het weer en mijn agenda het toeliet. Een klein vooronderzoek leerde dat in ons kantoor een prima omkleed- en douchegelegenheid aanwezig is. En dat de route van huis naar kantoor zo’n 30 km door de Krimpenerwaard en langs de Nieuwe Maas loopt. Een klein uurtje fietsen dus door een mooie omgeving. Nauwelijks extra reistijd t.o.v. OV (52 minuten) of auto (ca. 45 minuten). En nooit vertragingen of files. Zo werd mijn Low Car Diet een Low Train Diet. Of misschien een High Train Diet, want eind april ben ik beter getraind dan ooit. In ieder geval smaakt het naar meer, want zeg nou zelf: fietsen door het Groene Hart is vele malen leuker dan in overvolle bussen en treinen zitten of staan. 

 Wat ik er verder van heb geleerd, is misschien waardevol om te delen. De fiets (elektrisch aangedreven of met pure spierkracht) is een onderschat vervoermiddel voor woon-werk verkeer. Iedereen die tot een afstand van zo’n 40 kilometer van zijn werkplek woont hoort tot de doelgroep – ik schat in dat zo’n 75% van de werknemers. Werkgevers en beleidsmakers zouden daar veel meer mee kunnen doen. 

Voor werkgevers past het prima in de duurzaamheids- en vitaliteitsplannen die er vaak al zijn. Essentieel zijn een goede douchegelegenheid en een goede, afsluitbare fietsenstalling. Bij Stedin is dat goed geregeld. Zonder zou ik er niet aan beginnen. Zijn die er nog niet, dan kost het de werkgever geld. Aan de andere kant scheelt het reiskosten en krijg je er gezondere werknemers voor terug, dus minder verzuimkosten. Veel organisaties kennen een vitaliteitspotje – een budget dat besteed wordt om medewerkers vitaal te houden. Daar kun je het ook uit financieren. En misschien kun je tegen betaling gebruik maken van voorzieningen die er in de omgeving van de werkplek al zijn.  

Beleidsmakers van overheden zouden fietsers die langere afstanden afleggen dan een stadsritje serieuzer kunnen nemen. Door net als de snelwegen voor auto’s, de intercitytreinen en de aparte busbanen, fietsroutes aan te leggen waarop je door kunt rijden. De kortste route van A naar B, met voorrang op het overige verkeer. Fietsroutes zijn nu vaak gericht op de recreant: een paar km extra maakt voor hem niet zoveel uit, even wachten op ander verkeer ook niet. Voor de fietsforens wel. Niet primair vanwege de reistijd, maar lekker door kunnen rijden is gewoon prettiger dan om de 500 meter wachten voor een verkeerslicht of rotonde. Het gaat ook om de mindset: serieus genomen worden. Als je uitgaat van de gedachte dat fietsgebruik voor dit type ritten voordelen heeft boven auto of OV, dan is het raar dat ik op bijna elke kruising moet wachten op mijn buurman die de auto pakt. Dan zou dat andersom moeten, in ieder geval op de doorgaande fietsroutes. Ook dat kost geld. Maar ook daar krijg je veel voor terug: minder files, minder volle treinen en bussen, lagere zorgkosten, minder CO2 uitstoot. Ik zou de (maatschappelijke) business case wel eens willen maken.

 En de wedstrijd? Die heb ik niet gewonnen. Not even close. Toch was het leuk. Ja, dat is een beetje tegen mijn principes, ik weet het. Maar principes zijn er om af en toe van af te wijken, toch? Voorlopig blijf ik regelmatig fietsen naar Rotterdam. Wedstrijd of geen wedstrijd.